reformisme of revolutie 1 september 2023
De Chileense revolutie was een opstand van de massa’s tegen de grootgrondbezitters en binnen- en buitenlandse kapitalisten. De Unidad Popular (het verenigde front van de linkse partijen) beschikte over ongeveer een derde van de zetels in het parlement. President Salvador Allende was met steun van de christen- democraten in het parlement tot president gekozen. Dat gaf een grote impuls aan de opstand. De regering Allende nationaliseerde de kopermijnen en voerde sociale hervormingen door. Maar er bestonden ook illusies over de parlementaire weg naar het socialisme. Deze illusies brachten de revolutie op een doodlopende weg. De strijd in de arbeiders- beweging tussen marxisme en parlementaire illusies wordt al gevoerd sinds het begin van de vorige eeuw. De kapitalistische machinerie breken Karl Marx en Friedrich Engels – de grondleggers van het marxisme – zagen de kapitalistische staat als het instrument waarmee de rijken zich verder konden verrijken en de werkende mensen eronder werden gehouden. Als de arbeiders het kapitalisme omver werpen, dan hebben zij niets aan dat oude staatsapparaat. Marx schreef in 1871 op grond van de ervaringen met de Parijse Commune in een brief aan Ludwig Kugelmann dat “de eerstvolgende poging van de Franse revolutie naar mijn mening zal zijn niet meer, zoals tot nu toe, de bureaucratisch-militaire machinerie uit de ene hand in de andere te doen overgaan, maar haar te breken en dat is de voorwaarde voor elke werkelijke volksrevolutie op het vasteland. Dit is ook de poging van onze heldhaftige Parijse partijgenoten.” (Geciteerd in Staat en revolutie, Lenin, Keuze uit zijn werken deel 3, blz. 495). In het socialisme wordt het staatsapparaat het middel waarmee de arbeiders zich tot heersende klasse organiseren. Die staat dient niet meer om de uitbuiting in stand te houden, maar om het socialisme op te bouwen en te verdedigen tegen het herstel van het kapitalisme. Algemeen kiesrecht verandert karakter staat niet Met de invoering van het algemeen kiesrecht is het karakter van de kapitalistische staat niet veranderd. Engels zei over de burgerlijk-democratische republiek: “Hier oefent de rijkdom zijn macht indirect, maar des te zekerder uit. Enerzijds in de vorm van rechtstreekse corruptie van de ambtenaren… anderzijds in de vorm van een verbond tussen de regering en de beurs.” (De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat, blz. 212). En: “Het algemeen kiesrecht is zo de graadmeter voor de rijpheid van de arbeidersklasse. Meer kan en zal het in de tegenwoordige staat nooit zijn.” (idem, blz. 213). De eerste revisionisten Bernstein en Kautsky vervalsten het marxisme in het begin van de 20ste eeuw. Met hun vervalsingen probeerden zij de arbeiders- klasse het idee aan te smeren dat het socialisme wel via verkiezingen en parlement tot stand kon worden gebracht. Sindsdien worden zij revisionisten genoemd: ze wilden het marxisme ‘herzien’. Tegen deze vervalsing heeft Lenin in zijn tijd steeds stelling genomen: “Slechts misdadigers of onnozele halzen kunnen van mening zijn dat het proletariaat de meerderheid kan behalen in verkiezingen die plaats vinden onder het juk van de bourgeoisie, onder het juk van loonslavernij, en dat het daarna de macht in handen zou kunnen nemen. Dit is het toppunt van verdwazing of van huichelarij. Dit betekent het stemmen onder het oude stelsel en met de oude machthebbers in plaats stellen van klassenstrijd en revolutie.” (Lenin, Verzamelde werken, deel 30, blz. 40). De nieuwe revisionisten van Chroesjtsjov In 1956 greep onder leiding van partijleider Chroesjtsjov een groep bureaucraten de macht in de Sovjet-Unie. Zij ontmantelden het socialisme en stelden een bureaucratisch kapitalisme in. Net als Bernstein en Kautsky begonnen ook zij – als nieuwe revisionisten – het marxisme te vervalsen. Chroesjtsjov verspreidde de illusie dat “de meerderheid verwerven in het parlement en dit omvormen tot een orgaan van volksmacht indien er een machtige revolutionaire beweging in het land bestaat, er voor de arbeidersklasse op neer komt de bureaucratisch-militaire machine van de bourgeoisie te vernietigen en een nieuwe proletarische volksstaat die parlementair van aard is te vestigen.” (Chroesjtsjov in World Marxist Review, januari 1961). Het revisionisme van Chroesjtsjov had grote invloed op de meeste communistische partijen - waaronder de CPN in Nederland - maar ook op de communistische partij van Chili. Carrièremakers in die partijen grepen het revisionisme aan om revolutionaire standpunten te verlaten en voor de parlementaire weg te kiezen. Het was de Communistische Partij van China (CPC) die blootlegde hoe Chroesjtsjov en de zijnen in de Sovjet-Unie het kapitalisme herstelden en revisionisten werden. Over het parlementarisme verklaarde de CPC in ‘De Polemiek’: “Zolang de bourgeoisie het militair-bureaucratische staatsapparaat beheerst is het ofwel voor het proletariaat onmogelijk via verkiezingen een ‘vaste parlementaire meerderheid’ te verkrijgen ofwel is die ‘vaste meerderheid’ onbetrouwbaar. Het socialisme verwezenlijken via de ‘parlementaire weg’ is ten enenmale onmogelijk en hierover praten is anderen en zichzelf bedriegen.” (blz. 365). In plaats daarvan propageerden de marxisten-leninisten van toen nog socialistisch China de revolutionaire massastrijd onder leiding van de arbeidersklasse – om werkelijk een einde te maken aan uitbuiting en onderdrukking van de meerderheid door een kleine rijke minderheid.
dvl
pib
RM
de les van Chili 1973
opstand en staatsgreep
RM
opstand en staatsgreep
1 september 2023
De Chileense revolutie was een opstand van de massa’s tegen de grootgrondbezitters en binnen- en buitenlandse kapitalisten. De Unidad Popular (het verenigde front van de linkse partijen) beschikte over ongeveer een derde van de zetels in het parlement. President Salvador Allende was met steun van de christendemocraten in het parlement tot president gekozen. Dat gaf een grote impuls aan de opstand. De regering Allende nationaliseerde de kopermijnen en voerde sociale hervormingen door. Maar er bestonden ook illusies over de parlementaire weg naar het socialisme. Deze illusies brachten de revolutie op een doodlopende weg. De strijd in de arbeiders- beweging tussen marxisme en parlementaire illusies wordt gevoerd sinds het begin van de vorige eeuw. De kapitalistische machinerie breken Karl Marx en Friedrich Engels – de grondleggers van het marxisme – zagen de kapitalistische staat als het instrument waarmee de rijken zich verder konden verrijken en de werkende mensen eronder werden gehouden. Als de arbeiders het kapitalisme omver werpen, dan hebben zij niets aan dat oude staatsapparaat. Marx schreef in 1871 op grond van de ervaringen met de Parijse Commune in een brief aan Ludwig Kugelmann dat “de eerstvolgende poging van de Franse revolutie naar mijn mening zal zijn niet meer, zoals tot nu toe, de bureaucratisch-militaire machinerie uit de ene hand in de andere te doen overgaan, maar haar te breken en dat is de voorwaarde voor elke werkelijke volksrevolutie op het vasteland. Dit is ook de poging van onze heldhaftige Parijse partijgenoten.” (Geciteerd in Staat en revolutie, Lenin, Keuze uit zijn werken deel 3, blz. 495). In het socialisme wordt het staatsapparaat het middel waarmee de arbeiders zich tot heersende klasse organiseren. Die staat dient niet meer om de uitbuiting in stand te houden, maar om het socialisme op te bouwen en te verdedigen tegen het herstel van het kapitalisme. Algemeen kiesrecht verandert karakter staat niet Met de invoering van het algemeen kiesrecht is het karakter van de kapitalistische staat niet veranderd. Engels zei over de burgerlijk- democratische republiek: “Hier oefent de rijkdom zijn macht indirect, maar des te zekerder uit. Enerzijds in de vorm van rechtstreekse corruptie van de ambtenaren… anderzijds in de vorm van een verbond tussen de regering en de beurs.” (De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat, blz. 212). En: “Het algemeen kiesrecht is zo de graadmeter voor de rijpheid van de arbeidersklasse. Meer kan en zal het in de tegenwoordige staat nooit zijn.” (idem, blz. 213). De eerste revisionisten Bernstein en Kautsky vervalsten het marxisme in het begin van de 20ste eeuw. Met hun vervalsingen probeerden zij de arbeidersklasse het idee aan te smeren dat het socialisme wel via verkiezingen en parlement tot stand kon worden gebracht. Sindsdien worden zij revisionisten genoemd: ze wilden het marxisme ‘herzien’. Tegen deze vervalsing heeft Lenin in zijn tijd steeds stelling genomen: “Slechts misdadigers of onnozele halzen kunnen van mening zijn dat het proletariaat de meerderheid kan behalen in verkiezingen die plaats vinden onder het juk van de bourgeoisie, onder het juk van loonslavernij, en dat het daarna de macht in handen zou kunnen nemen. Dit is het toppunt van verdwazing of van huichelarij. Dit betekent het stemmen onder het oude stelsel en met de oude machthebbers in plaats stellen van klassenstrijd en revolutie.” (Lenin, Verzamelde werken, deel 30, blz. 40). De nieuwe revisionisten van Chroesjtsjov In 1956 greep onder leiding van partijleider Chroesjtsjov een groep bureaucraten de macht in de Sovjet-Unie. Zij ontmantelden het socialisme en stelden een bureaucratisch kapitalisme in. Net als Bernstein en Kautsky begonnen ook zij – als nieuwe revisionisten – het marxisme te vervalsen. Chroesjtsjov verspreidde de illusie dat “de meerderheid verwerven in het parlement en dit omvormen tot een orgaan van volksmacht indien er een machtige revolutionaire beweging in het land bestaat, er voor de arbeidersklasse op neer komt de bureaucratisch-militaire machine van de bourgeoisie te vernietigen en een nieuwe proletarische volksstaat die parlementair van aard is te vestigen.” (Chroesjtsjov in World Marxist Review, januari 1961). Het revisionisme van Chroesjtsjov had grote invloed op de meeste communistische partijen - waaronder de CPN in Nederland - maar ook op de communistische partij van Chili. Carrièremakers in die partijen grepen het revisionisme aan om revolutionaire standpunten te verlaten en voor de parlementaire weg te kiezen. Het was de Communistische Partij van China (CPC) die blootlegde hoe Chroesjtsjov en de zijnen in de Sovjet-Unie het kapitalisme herstelden en revisionisten werden. Over het parlementarisme verklaarde de CPC in ‘De Polemiek’: “Zolang de bourgeoisie het militair- bureaucratische staatsapparaat beheerst is het ofwel voor het proletariaat onmogelijk via verkiezingen een ‘vaste parlementaire meerderheid’ te verkrijgen ofwel is die ‘vaste meerderheid’ onbetrouwbaar. Het socialisme verwezenlijken via de ‘parlementaire weg’ is ten enenmale onmogelijk en hierover praten is anderen en zichzelf bedriegen.” (blz. 365). In plaats daarvan propageerden de marxisten-leninisten van toen nog socialistisch China de revolutionaire massastrijd onder leiding van de arbeidersklasse – om werkelijk een einde te maken aan uitbuiting en onderdrukking van de meerderheid door een kleine rijke minderheid.
DVL
PiB
socialisme
de les van Chili 1973
reformisme of revolutie