dvl
pib
RM
1 april 2026
Het zijn dagkoersen: op het moment van schrijven kost een liter benzine € 2,60 en een liter diesel maar liefst € 2,70. Vanwege de agressie-oorlog van de VS en Israël tegen Iran en de daarop volgende bijna sluiting van de straat van Hormuz. Olietankers kunnen niet weg, dus de prijzen aan de pomp blijven stijgen. Waarom eigenlijk? Volgens minister Vincent Karremans van Infrastructuur is er nog voldoende benzine beschikbaar. Waarom moet de prijs dan nu stijgen, omdat olie die pas over een paar maanden aan de pomp wordt geleverd nu nog in de Perzische Golf ligt te dobberen? Ja, dat is de markt, horen we – die is nerveus en anticipeert op tekorten, die bijvoorbeeld al in Zuidoost Azië optreden. En dus stijgen de prijzen. Maar waarom eigenlijk? Kapitalistische economen bejubelen het marktmechanisme. Hogere prijzen zouden leiden tot hogere productie en meer aanbod, waarna de prijzen vanzelf weer een nieuw evenwicht vinden. Misschien op de groentemarkt, maar de straat van Hormuz is dicht of gaat weer open – daar doet geen prijsverhoging iets aan af of bij. In feite is er helemaal geen sprake van een ‘markt’. Olieconcerns als Shell beheersen de totale productieketen, van delving tot verkoop. Dit monopolie stelt Shell in staat om maximale winst te behalen door prijzen te bepalen. De hoge prijzen aan de pomp zijn simpel oorlogswinst voor Shell en voor de andere fossiele brandstofconcerns. Nederland is het land van Shell en van Exxon. Samen verdelen ze de aardgasbaten en maken ze van iedere oorlog gebruik om woekerwinsten op te strijken. Iedereen weet: de prijs gaat snel omhoog, maar o zo langzaam weer omlaag. Hoge brandstof- en gasprijzen leiden tot inflatie in de hele kapitalistische economie. Allerwege klinkt de roep om verlaging van accijns en energiebelasting. Klinkt sympathiek, maar verwacht niet dat dit snel tot dalende prijzen leidt. Het biedt de monopolieconcerns alleen maar de mogelijkheid om hun prijzen verder op te krikken. Voor de werkers reden om zich voor te bereiden op een nieuwe slag om de koopkracht. Voor de socialistische arbeidersbeweging een reden te meer om aan de heerschappij van de grote monopoliekapitalisten een einde te maken.
Brandstofprijzen en marktwerking
winsteconomie
Het zijn dagkoersen: op het moment van schrijven kost een liter benzine € 2,60 en een liter diesel maar liefst € 2,70. Vanwege de agressie-oorlog van de VS en Israël tegen Iran en de daarop volgende bijna sluiting van de straat van Hormuz. Olietankers kunnen niet weg, dus de prijzen aan de pomp blijven stijgen. Waarom eigenlijk? Volgens minister Vincent Karremans van Infrastructuur is er nog voldoende benzine beschikbaar. Waarom moet de prijs dan nu stijgen, omdat olie die pas over een paar maanden aan de pomp wordt geleverd nu nog in de Perzische Golf ligt te dobberen? Ja, dat is de markt, horen we – die is nerveus en anticipeert op tekorten, die bijvoorbeeld al in Zuidoost Azië optreden. En dus stijgen de prijzen. Maar waarom eigenlijk? Kapitalistische economen bejubelen het marktmechanisme. Hogere prijzen zouden leiden tot hogere productie en meer aanbod, waarna de prijzen vanzelf weer een nieuw evenwicht vinden. Misschien op de groentemarkt, maar de straat van Hormuz is dicht of gaat weer open – daar doet geen prijsverhoging iets aan af of bij. In feite is er helemaal geen sprake van een ‘markt’. Olieconcerns als Shell beheersen de totale productieketen, van delving tot verkoop. Dit monopolie stelt Shell in staat om maximale winst te behalen door prijzen te bepalen. De hoge prijzen aan de pomp zijn simpel oorlogswinst voor Shell en voor de andere fossiele brandstofconcerns. Nederland is het land van Shell en van Exxon. Samen verdelen ze de aardgasbaten en maken ze van iedere oorlog gebruik om woekerwinsten op te strijken. Iedereen weet: de prijs gaat snel omhoog, maar o zo langzaam weer omlaag. Hoge brandstof- en gasprijzen leiden tot inflatie in de hele kapitalistische economie. Allerwege klinkt de roep om verlaging van accijns en energiebelasting. Klinkt sympathiek, maar verwacht niet dat dit snel tot dalende prijzen leidt. Het biedt de monopolieconcerns alleen maar de mogelijkheid om hun prijzen verder op te krikken. Voor de werkers reden om zich voor te bereiden op een nieuwe slag om de koopkracht. Voor de socialistische arbeidersbeweging een reden te meer om aan de heerschappij van de grote monopoliekapitalisten een einde te maken.
Brandstofprijzen en marktwerking 1 april 2026
DVL
PiB